Burn-out, waar komt die vandaan?

Burn-out? Hoe kan dat nou opeens?
 “Ga iets nuttigs doen!”, snauwde de moeder van mijn vriendinnetje, als ze heerlijk een boek lag te lezen…
Mijn moeder was het tegendeel. Zij was van het beschermen: “Kind wat zie je pips, heb je weer te lang zitten lezen? Pas toch op,  dan ben je ‘s morgens weer niet uitgerust”. Dit soort ideeën krijg je met de paplepel ingegeven. Jaren later besefte ik dat ik altijd erg voorzichtig met mijn energie omging. Mijn vriendin voelt zich nog steeds schuldig als ze een boek pakt. Moet er niet eerst een was gedraaid of opgeruimd worden? Al dit soort patronen ontwikkel je in je jeugd. Ze liggen ten grondslag  aan het wel of niet krijgen van een burn-out.

 

 

De functie van stress
Als je stress te hoog laat oplopen, komt een burn-out dichter bij. Stress is een natuurlijke reactie op gevaar. Het helpt je om alert te zijn, gefocust. Je hele lichaam staat paraat om te vechten of te vluchten. Je polsslag en ademhaling versnellen, je spieren spannen, de adrenaline in je bloed stijgt. Dat gaat helemaal vanzelf. Je hoeft er niet bij na te denken. Is ook beter van niet, want als er een auto op je afrijdt en je gaat eerst nadenken wat je moet doen… Je springt gewoon opzij, automatisch: dat is overleven. In de rust die volgt kun je weer herstellen. Dat is nodig, want bij stress worden de opbouwmechanismen van je lichaam stil gezet.

 

Burn-out en stress hangen nauw samen.
Het is geen probleem om op je werk drukke en stressvolle periodes te hebben. Zo lang je maar die rustmomenten pakt. Het is belangrijk om voldoende tijd te nemen om te herstellen. Als de ene deadline de andere opvolgt, gaat het mis. Bij teveel en te lang doorgaande stress blijft je lijf namelijk in de vecht- of vluchtstand staan. De balans wordt niet meer hersteld. Dat put je op de lange duur uit. Met alle gevolgen van dien.

 

Welk type ben jij?
Wat meespeelt bij de kans op een burn-out is welk type je bent. De een kan meer aan dan de ander. Het is de moeite waard te achterhalen welke patronen en overtuigingen je in de loop van je leven hebt ontwikkeld.
Ben je een pleaser? Iemand die gemakkelijk zegt: “Dat doe ik wel even voor je.” Of ben je eerder een perfectionist: “Als ik het zelf doe, gaat het in ieder geval goed.” Dat betekent veel controleren en verbeteren.
Pak je problemen direct aan, kun je confronteren? Ben je juist iemand die geen nee kan zeggen? Of wil je anderen niet belasten met jouw vragen?
Zoals bij Petra. Ze komt uit een groot gezin. Als enige mag ze doorleren. Daardoor voelt ze zich een buitenbeentje. Daarom doet ze graag iets voor anderen. Dan wordt ze gewaardeerd en hoort ze er weer bij. Dat patroon zet zich door op haar werk. Ze gaat altijd laat naar huis, neemt veel te veel opdrachten aan en zegt nooit nee. Ze krijgt een burn-out en zo komt ze bij mij.

 

Hoe stonden jouw ouders in het leven?
Je mag pas stoppen, als je er bij neer valt”. Herken jij ze, de zinnen van je vader of je moeder? Je bent vast niet de enige die is opgevoed met “doorgaan, niet zeuren”? Of werd je juist erg beschermd? “Doe nu maar rustig aan, anders ben je morgen te moe…” Maar ook: “goed is niet goed genoeg”. Herken jij ze? Vul zelf maar aan.
Hele generaties terug bestaan die patronen al. Het worden je kwaliteiten of je lasten. Doorgegeven van vader op zoon, moeder op dochter.
Stress wordt zelfs nog eerder doorgegeven. Stress wordt namelijk al in de baarmoeder gevoeld. Als er emotionele dingen gebeuren, bijvoorbeeld het overlijden van moeder, verlies baan, relatie gaat uit, wordt dat ook doorgegeven van moeder naar kind.

 

Uit wat voor gezin kom je?
Ben je de oudste of jongste in het gezin? Of heb je een gehandicapte broer? Zoals Theo. Hij kwam er in de coaching achter, dat hij “goed moest maken wat zijn broer niet kon”. Hij voelde zich altijd verantwoordelijk. Had een hele verantwoordelijke baan. In zijn huwelijk nam hij veel over van zijn vrouw. Dat vond ze in het begin wel fijn, maar later leek het of hij haar niet vertrouwde als zij iets deed. Als hij dan een poosje weg was voor zijn werk, voelde zij zich veel beter. Het kwam bijna tot een scheiding.
Of zoals Sue. In Suriname geboren. Toen ze vier jaar was, ging haar vader naar Nederland. Het gezin zou later komen. Hij ging vooruit met de oudste zoon van zes, op zoek naar werk en een huis. Maar hij vond nog meer: een nieuwe liefde. Dat betekende veel voor de kleine Sue. Moeder was zwanger van een broertje en was erg verdrietig. Sue kreeg al vroeg de verantwoordelijkheid voor het huishouden. Toen moeder ging werken, werd dat alleen nog maar meer. Nu woont ze ook in Nederland. Als het druk is op haar werk, komt bij haar die oude stress: “Ik moet ook altijd alles doen.” Dat kost haar veel energie.

 

Hoe is je thuisfront?
Je thuisfront is je basis. Woon je alleen? Of heb je een goede relatie? De zorg voor je ouders? Zijn er problemen met je kinderen? Gaat er veel aandacht naar ziekte, worden ze gepest op school? Maar het kan ook zijn dat je de druk voelt om geld te verdienen om je hypotheek en je auto te kunnen betalen. Daarom neem je genoegen met een baan die niet helemaal bij je past.

Het ontstaan van een burn-out hangt samen met heel veel factoren. Bewustwording alleen is niet voldoende om hem te voorkomen. Als je echt iets wilt veranderen in jezelf kun je niet om het opruimen van je ballast heen. Daar ligt de sleutel. Dan kom je in je kracht, zit je beter in je vel.

Mijn advies is: trek in een vroeg stadium aan de bel. Want preventie of herstel start met het besef dat de bron van een burn-out terug kan gaan naar je vroegste jeugd.